Auteur: Femke

Femke IJsseldijk werkt als facilitator van ideegeneratie en besluitvorming. Daarnaast brengt ze studenten aan de Hogeschool Zeeland de beginselen van productontwikkeling bij en ondersteunt ze GroenLinks afdeling Zeeland. Femke woont met haar gezin in Middelburg.

Multipotentialite

In de renaissance was iemand die zich goed had ontwikkeld thuis in vele onderwerpen. Een brede ontwikkeling was het doel, met als ideaal de uomo universale of zoals ze het in het Engels noemen “renaissance person”. Tegenwoordig moet je kiezen: word je een alfa of bèta? Wat is je roeping?

Op de middelbare school leerde ik over de uomo universale en wist: dát wil ik worden. Dat is behoorlijk gelukt, ik slaagde met vijf talen en vier exacte vakken, deed een brede technische opleiding maar heb intussen ook gewerkt in de culturele sector en het onderwijs. Lastig alleen dat niemand het snapt als je uomo universale (of moet dat dan donna universale zijn?) op je CV zet. Maar: er is steeds meer vraag naar mensen met de persoonlijkheid van een renaissance person.

Zo’n breed ontwikkeld persoon heeft superkrachten, zoals Emilie Wapnick betoogt in haar TED-talk over “multipotentialites”. Dit zijn ze:

  1. Ideeënsynthese: het combineren van meerdere disciplines en iets nieuws creëren in het overlappende gebied. Multipotentialites hebben toegang tot vele van die gebieden, waardoor ze enorm innovatief zijn.
  2. Hoge leersnelheid: door de enorme graagte waarmee ze leren èn doordat ze vaker een “beginneling” zijn geweest in iets maken ze zich nieuwe onderwerpen snel eigen. Bovendien nemen ze vaardigheden mee uit andere disciplines, ze beginnen dus zelden bij nul.
  3. Aanpassingsvermogen: het vermogen om je aan te passen aan welke rol dan ook, in welke situatie dan ook. Zo kunnen ze steeds dát doen waar de situatie om vraagt, bijvoorbeeld optimaal reageren op de wensen van een klant.

Een bijzonder inspirerende gedachte!

Tips voor het maken van een CV website

Ook je eigen CV-website maken? Hier een paar tips:

  1. Zorg dat de site past bij het werk dat je zoekt. Een pedagogisch medewerker werkt in een heel andere omgeving dan een accountant, dus hebben zij ook ieder een andere site nodig.
  2. Met een site kun je meer dan alleen je CV laten zien, dus doe dat ook: gebruik in elk geval beeld en een lay-out die past bij een website.
  3. Een site kun je persoonlijker maken dan een standaard-CV. Maak de site dus helemaal van jou. Zet er in elk geval een foto op! Let wel op dat het professioneel blijft, een fotograaf inschakelen is dus handig.
  4. Het internet staat vol met sites die nooit bekeken worden. Dus bedenk hoe je je site onder de aandacht gaat brengen van de mensen die ‘m moeten gaan zien.
  5. Vertel niet alleen wie je bent, maar ook wat je zoekt. En zorg dat de informatie op de site daar bij aansluit. Informatie die niets toevoegt voor wie jij bent en wat jij zoekt kan er af.
  6. Zorg dat wat mensen over je kunnen vinden op internet past bij je CV-website. Wil je zakelijk en professioneel overkomen dan is het niet zo best als je in Google met allerlei zuipfoto’s opduikt. Zorg dat je LinkedInprofiel, Facebookprofiel en traditionele CV kloppen met het verhaal op je CV-website.
  7. Je wilt dat mensen contact met je opnemen, dus zorg dat dat supermakkelijk is. Zet je telefoonnummer en mailadres op een goed vindbare plaats. Of op meerdere plaatsen.

PS Een site kun je laten bouwen, of bouwen met behulp van templates, bijvoorbeeld in WordPress of Squarespace.

Hoe komen mensen aan een baan?

De meerderheid van de banen wordt niet gevonden via een vacaturesite. Dat las ik al in “Nooit meer solliciteren” van Sylvie van Meerendonk, en ook in een publicatie van het UWV. Helaas zijn beide onderzoeken het niet in alles eens, maar duidelijk is dat:

  • meer dan een kwart van de vacatures via-via vervuld wordt,
  • vacaturesites maar iets meer dan 10% van de banen opleveren,
  • en uitzendbureaus en open sollicitaties ook elk zo’n 10%,
  • social media is aan een opmars bezig: waar in 2013 nog 8% van de vacatures via social media werd vervuld was dat in 2015 maar liefst 18% (volgens UWV).

Een slimme werkzoeker wedt niet op één paard! Als ondernemer heb ik bovendien geleerd dat een eerste contact haast nooit tot iets leidt, het tweede contact al iets meer kans op resultaat geeft, het derde nog meer, pas bij het achtste contact  dat je met iemand hebt begint het een beetje een serieuze kans op werk op te leveren. Vertaal je dat naar de arbeidsmarkt, dan snap je meteen waarom via-via zo krachtig is! Iemand zin om te netwerken? 😉

Bronnen:

  • “Nooit meer solliciteren” gebruikt gegevens uit Arbeidsmarkt GedragsOnderzoek van de Intelligence Group, jaartal onbekend. “Nooit meer solliciteren”, Sylvie van den Meerendonk. Haystack, Zaltbommel, 2016
  • UWV-publicatie Vacatures in Nederland, 2015, blz. 8. Hier te downloaden.

Op de markt

Als freelancer is het lastig wanneer je “op de markt” bent. Je kunt heel bescheiden fluisteren dat je beschikbaar bent voor een nieuwe opdracht, maar als je al te hard roept dat je wel een klus kunt gebruiken dan ben je blijkbaar niet succesvol en dus niet aantrekkelijk om in te huren.

Veel freelancers die iets doen dat vooral afhangt van korte klussen combineren die korte, losse klussen met langlopende klussen of een bescheiden deeltijdbaan. Losse klussen omdat het enorm leuk is om steeds weer nieuwe uitdagingen op te pakken, nieuwe mensen te ontmoeten en vanwege de kick van het presteren in korte tijd, en langere projecten voor wat vastigheid en omdat het wel fijn is als niet alles in het werk snel en wild is.

Dat deed ik ook zo: ik gaf les, werkte voor een stichting, was bestuursondersteuner: allemaal “bijbaantjes” die zorgden dat ik kon genieten van de voordelen van een werknemer (maar nog steeds freelance), terwijl ik ondertussen alle ruimte had om er op los te ondernemen.

En dat wil ik weer zo! Ik doe het nu een jaar zonder langere klus, en dat bevalt maar matig. Vandaag dat ik mezelf nu in de markt zet. Dit ben ik, en ik ben beschikbaar! Vooral geschikt voor organisaties die een ondernemende instelling kunnen waarderen.