Help, mijn kind is technisch!

Als hij maar geen voetballer wordt

ze schoppen hem misschien half dood.

Maar liever dat nog

dan het bord voor zijn kop

van de zakenman

want daar wordt hij alleen maar slechter van…

(Uit “De eenzame fietser” van Boudewijn de Groot)

Opeens denk je: er is iets met mijn kind. Of als leerkracht: er is iets met dat kind. Dat kind snápt dingen, kán dingen, weet hoe dingen werken. Echte dingen, geen vage zaken als vriendschappen, sociale conventies of klasse-hiërarchie, maar spullen. Machines, bouwwerken, natuurwetten. Tastbare dingen, dingen waarvan je au zegt als ze op je teen vallen.

Je ziet een kind bijvoorbeeld:

  • Bouwwerken maken die eruitzien of ze omvallen maar die super stevig blijken te zijn
  • Spullen uit elkaar halen, en dan niet slopen, maar gecontroleerd demonteren
  • Jou vertellen hoe iets werkt als je jezelf op je hoofd krabt
  • Zonder met de meubels te schuiven weten of ze ook anders in de kamer passen, of niet
  • Uit het hoofd een ingewikkelde route navertellen
  • In detail uitleggen hoe een bepaald proces van oorzaak en gevolg werkt
  • Graag spelen met constructiespeelgoed of knikkerbanen
  • Bouwwerken knutselen van kartonnen dozen of resten hout
  • Hutten bouwen die niet zomaar omvallen, met slimme ruimtes en opbergmogelijkheden

Logisch denken, analytisch denken, ruimtelijk inzicht: redelijke kans dat dat kind een technische aanleg èn interesse heeft. Help: dit kind is technisch! Wat nu?

Nou, nu zijn de overheid, non-profitorganisaties en het bedrijfsleven heel blij met jouw kind, want er is een groot tekort aan technici. En je kind heeft interesse in een discipline die zo breed is, dat er echt voor elk wat wils is, op elk niveau. Dus gefeliciteerd!

Aan jou de taak om je kind te begeleiden. Bij het opgroeien hoort zoeken wat je interesseert en waar je talenten liggen: dat ondersteun je. Je kind zal zelf aangeven wat hij of zij wil doen, maar jij kunt meekijken: is er nét voorbij de horizon van wat hij kan zien misschien nog meer moois te beleven? Kijk mee, wees enthousiast maar geef je kind alle ruimte om haar eigen pad uit te stippelen. Jij mag reisgidsen en kaarten aandragen, misschien de rugzak sjouwen of de verrekijker aanreiken en de verhalen aanhoren bij het kampvuur, maar je kind bepaalt waar de reis naartoe gaat, en hoe de reis verloopt.

Wil je dat je kind de ruimte blijft voelen om zijn interesse te volgen?

  • Het gaat om de reis, niet om de bestemming. Focus dus niet op resultaten (gebouwde projecten, cijfers, gewonnen prijzen) maar op de processen: het ontdekken, uitproberen, plezier hebben. Natuurlijk is het mooi als je kind een bijzondere prestatie levert, maar je kind heeft er meer aan als het complimenten krijgt voor het proberen van iets dat eerder nog niet lukte dan wanneer het alleen complimenten krijgt voor dingen die het kan.
  • Interpreteer niet, maar stel open vragen. Het zal je verbazen waar je kind allemaal rekening mee houdt als het met Lego bouwt!
  • Het is ook OK als je kind geen zin heeft, goed? Interesses kunnen veranderen. Dat mag. Heeft je kind geen zin in iets dat hij recent nog erg leuk vond dan moet je kijken of er misschien iets aan de hand is. En als je hebt afgesproken dat je iets doet, doe je het in principe, zeker als je anders je vrienden teleurstelt. Maar moeten is de vijand van willen. Heel veel dingen zijn leuk zolang je ze vrijwillig doet maar zo gauw ze verplicht zijn verdwijnt het plezier. Dus zorg dat de liefhebberij niet verandert in iets dat voelt als een verplichting.

OK, dat gezegd hebbend: veel plezier in de wereld van de techniek!

PS En nog even een waarschuwing: aanleg wil nog niet meteen zeggen dat je kind ook interesse heeft in techniek. Zeker bij kinderen die op meerdere vlakken getalenteerd zijn moet je echt even goed kijken waar de voorkeur van je kind naar uitgaat. Daarom is het belangrijk goed te kijken wat je kind uit zichzelf doet, als ze zelf mag kiezen wat ze wil.